मंगलवार, 26 मार्च 2013

Hindu Festival : Holika Dahan



BY - Neena Sharma 



Holika Dahan, Kathamandu, Nepal--Holika-26-03-2013

Holika (Sanskrit: होलिका) was a good demoness in Hindu scripture who was burnt to death with help of God Brahma by Prahlad. She was the sister of King Hiranyakashipu.

The story of Holika's conflict signifies the triumph of good over evil, and death of Holika is celebrated as Holi.
Mythology

According to Hindu scripture, there was a king named Hiranyakashipu whose desire was to be seen as a great man. To fulfill his desire he did the required Tapas (penance) and was granted a boon by Brahma.

Once Brahma was pleased by devotion of Hiranyakashyapu, he granted the king wishes that the king will not be killed by human being or an animal, he will not die either in his home or outside the home, he will not die in the day or at night, he will not die either by astra or shastra, and that he will not die either on land or in the sea or in the air. As this wish was granted, it was completely impossible to kill Hiranyakashyapu by any means and this made him invincible. Hiranyakashyapu ordered people in his kingdom to worship him as a God. Everyone obeyed with the exception of his son Prahlad. Prahlad refused to see his father as a god and stayed devoted to Vishnu.

This made Hiranyakashipu very angry and he made various attempts to kill Prahlad. During a particular attempt on Prahlad's life, King Hiranyakashyapu called upon his sister Holika for help. Holika had a special gift that prevented her from being harmed by fire. Hiranyakashyapu asked her to sit on a bonfire with Prahlad on her lap in the hope that this would kill Prahlad. However, both the brother and sister had forgot that Holika could only enter the fire alone or she would perish. As Prahlad chanted Vishnu's name, Holika was burnt to her death and Prahlad was spared.
Origin of Holika Dahan

For many traditions in Hinduism, Holi celebrates the death of Holika in order to save Prahlad and we see where Holi gets its name. The night before Holi pyres are burnt in North India in keeping with this tradition. It should also be noted that in some parts of India the day is actually called Holika[citation needed]. There are other activities associated with the story of Prahlad, but the burning of Holika is the one that we can most directly associate with Holi. Fire burnt on the eve of Holi (Holika Dahan) symbolizes the burning of Holika. The story as a whole is testament to the power of devotion (bhakta) over the evil represented by King Hiranyakashyapu, as Prahlad never lost his faith.

The burning of Holika is the most common mythological explanation for the celebration of Holi. In different parts of India varying reasons are given for Holika's death. Among those are:

Vishnu stepped in and hence Holika burnt.
Holika was given the power by Brahma on the understanding that it can never be used to bring harm to anyone,
Holika was a good person and it was the clothes that she wore that gave her the power and knowing that what was happening was wrong, she gave them to Prahlad and hence died herself.
Holika wore a shawl that would protect her from fire. So when she was asked to sit in the fire with Prahlad she put on the shawl and sat Prahlad down in her lap. When the fire was lit Prahlad began praying to Lord Vishnu. So Lord Vishnu summoned a gust of wind to blow the shawl off of Holika and on to Prahlad, saving him from the flames of the bonfire and burning Holika to her death.
--------------

Holika dahan ---in dutch --Holika Dahan Datum: dinsdag 26 march 2013---15 Sukla Phalguna, de laatste dag van de hindoekalender. De avond voor Holi, de laatste dag van de maand Phalguna. Op deze dag verbrandt men de tevoren geplante Holika, welke het kwade symboliseert. Laatste dag van het Hindoe-maanjaar bij de Poernimanta-rekening.Het feest herinnert aan Holika, zuster van de hardvochtige koning Harnaakoes. Koning Harnaakoes liet zich als god vereren. Zijn zoon Prahlaad weigerde daaraan mee te doen, hij vertikte het een mens te aanbidden. De koning probeerde vergeefs zijn zoon te overreden. Prahlaad volhardde in het aanbidden van de ware god, zong liederen ter ere van deze god en maande ook andere kinderen dit te doen. De koning beschouwde dit als ondermijning van zijn gezag en besloot zijn zoon te doden Hij liet hem met stenen verzwaard in zee gooien, maar Prahlaad bleef wonderwel drijven.

Het lukte ook niet om hem met wapens te doden. En nadat hij levend was begraven, bleek hij na enige weken nog springlevend te zijn. Daarna nam de zuster van Harnaakoes, Holika, met de prins plaats op een brandstapel, in de mening dat vuur geen vat op haar had. Nadat het vuur de hele nacht had gebrand, bleek de vrome Prahlaad gespaard te zijn en Holika verbrand.

Tijdens de Holika-ceremonie loopt iedereen rond het vuur onder het roepen van verwensingen aan het kwaad. Ook werpt men rijstkorrels, aarde en stenen in het vuur om alle slechte gedachten en gewoonten te verbranden.
verhaleverhale
De heks Holika
Een hindoeïstische legende over Holika
Er was eens een asceet, Harnakas genaamd. Hij woonde in een hutje in het bos en deed de hele dag niets anders dan bidden en mediteren. Hij was een volgeling van de god Shiva. Op een keer zat hij zo diep en lang in meditatie verzonken, dat hij niet merkte dat een mierenkolonie een nest om hem heen begon te bouwen. Op het laatst was er niets meer van Harnakas te zien, enkel nog een mierenhoop. Shiva was zeer onder de indruk van zo'n toewijding. Hij ging naar de mierenhoop toe en goot er een kan water over leeg. Harnakas ontwaakte uit zijn meditatie, stond op, schudde de aarde en de mieren van zich af en maakte een diepe buiging.

"Het is goed zo," sprak Shiva. "Nog nooit heb ik zo'n intense toewijding gezien en als dank mag je twee wensen doen." Harnakas antwoordde: "Als dat zo is dan wens ik het volgende. Ik wil de machtigste heerser van de aarde zijn die als een god door iedereen aanbeden wordt en ik wil dat geen god, mens of dier mij ooit zal kunnen doden."

En zo geschiedde het, alle mensen moesten hem in het vervolg vereren en als ze weigerden, werden ze meteen doodgemaakt. Zijn vurigste aanbidder was zijn eigen zus, de heks Holika, maar zijn zoon Prahlaad moest niets van de waanzin van zijn vader hebben. Hij vereerde de god Vishnu en bleef dat doen ondanks de dreigementen van zijn vader en zijn tante.

Harnakas woonde nu in een groot paleis. Het wemelde er van de lijfwachten en bedienden, hij hoefde maar een kik te geven en ze stonden al klaar om zijn bevelen op te volgen. Toch bleef Prahlaad hardnekkig weigeren hem meer eerbied te tonen dan het gebruikelijke respect dat een zoon voor zijn vader dient te hebben. Het was Harnakas een doorn in het oog en op een dag had hij er schoon genoeg van. Hij gaf zijn lijfwachten bevel zijn zoon te gaan halen. Toen deze aan hem werd voorgeleid sprak hij: "Ik ben nu de absolute heerser op aarde, nog machtiger dan de machtigste koning. Iedereen vereert mij, iedereen behalve jij. Spreek op, wat is hier de reden van?"

Prahlaad antwoordde: "Al die mensen die u verafgoden doen dat alleen omdat ze bang zijn en de enige beloning voor hun devotie is angst. De god die ik aanbid schenkt vertrouwen, hij is de weg die tot het ware geluk leidt." Harnakas was woedend. "Jij schelm," schreeuwde hij, "hier zul je voor boeten." En hij gilde naar zijn lijfwachten: "Hak die vlegel aan stukken." Met hun scherpe zwaarden begonnen ze op de jongen in te slaan, maar steeds als zij hem een snee hadden toegebracht, trok de wond weer dicht en was het alsof er niets gebeurd was.

Toen Harnakas zag dat zijn poging om hem met het zwaard te doden vergeefs was, liet hij zijn zoon vastbinden en in een kuil vol giftige slangen gooien. Maar elke keer als een van de slangen beet, braken zijn tanden af. Nu werd Prahlaad naar de hoogste toren van het paleis gesleept. Van het hoogste topje smeet men hem naar beneden en met een smak viel hij op de grond. Ongedeerd stond hij echter weer op. Harnakas was uitzinnig van woede en riep zijn zuster Holika. "Ik zal een groot vuur maken. Jij moet daar in gaan zitten met Prahlaad op je schoot. Door jouw toverkracht zullen de vlammen je niet deren en zal alleen hij verbranden." Zijn dienaren bouwden een grote brandstapel waarop Holika met Prahlaad op schoot plaatsnam. Ze staken de brandstapel aan en in een mum van tijd stond hij in lichterlaaie. Na enige tijd namen de vlammen af en begon het vuur te doven. Maar wie zat daar vredig op de gloeiende kolen: Prahlaad! Van Holika was niet veel meer overgebleven dan een hoopje as.

Opeens klonk er een luid gebrul. Uit een van de pilaren van het paleis was een gestalte gesprongen die voor de helft mens was, voor de helft leeuw. Het was de god Vishnu zelf die deze gedaante had aangenomen, omdat hij zo noch de vorm had van een god, noch die van een mens, noch die van een dier en daarom Harnakas kon doden. Met een krachtige mep sloeg hij Harnakas tegen de grond, waar zijn lichaam ontzield bleef liggen.

* * * EINDE * * *